Alleen op avontuur.

Hoe nu verder?
Eerst maar eens bekijken of we aan geld kunnen komen. We bellen naar de stichting “Mensen in Nood”
in Den Bosch en vertellen over de situatie in Macedonië.
“Kom maar eens langs”, luidt het advies. Daar krijgen we te horen dat  de afdeling van Caritas International in het bisdom Essen (Dld)  sinds kort hulp verleent in Macedonië en na enig overleg wordt ons duidelijk, dat de eerste aanzet wel door Den Bosch gedaan kan worden. Wij moeten zorgen voor contact met de Macedonische minister van Gezondheid, die verantwoordelijkheid zal moeten dragen voor ontvangst en verdeling van de Nederlandse hulp. Bellen met Macedonië blijkt echter bijna een utopie, want er is van alles mis met de telecommunicatie; het land zit nog zonder regering, dus blijkt het onmogelijk  een minister te vinden..!
Mensen in Nood adviseert ons om er nog een keer heen te gaan en stelt ƒ 5000 beschikbaar om antibiotica te kopen en dit daarheen mee te nemen. Voorwaarde is dat we  de Macedonische Kerkvorsten dienen te bezoeken. Om het minste risico te lopen dat een gesprek door taalproblemen zal mislukken en om de kosten zo laag mogelijk te houden, besluiten we dat ik alleen zal gaan.

wpd8aa2a7d Eind juli 1992 brengt Jan mij naar het vliegveld van Düsseldorf en vertrek ik met een oude Tupolev van de nieuwe Macedonische Maatschappij “Palair Macedonian.”

In Skopje aangekomen blijkt het vliegtuig niet verder te gaan en moeten de passagiers uren wachten op de beloofde bus. Als een waakhond bescherm ik de dozen met de belangrijke inhoud. Als we moeten instappen, krijg ik hulp van aardige medereizigers, die als gastarbeiders in Duitsland werken en wonen. Nadat ik hen vertel waarom ik deze onderneming op me neem, laait hun enthousiasme op en helpen ze mij, wanneer de overijverige douane de dozen open wil snijden. Terwijl ik met mijn armen de dozen vol medicijnen bescherm en de douane de politie erbij haalt, wordt luid geschreeuwd dat deze man der wet mij direct door moet laten. Tot mijn grote verwondering gebeurt dit meteen en zo gaan we opgelucht met elkaar naar Ohrid, waar de bus om half 3  in de nacht aankomt.

De chauffeur van het Gradska Bolnica hospitaal heeft ondertussen al vanaf 19.00 uur op mij staan wachten, maar dat is “néma problem” en hij brengt mij middenin de nacht naar het ziekenhuis. Daar word ik met open armen ontvangen, waarna ik me naar hotel Metropol laat brengen. Dit is ons tweede thuis geworden en hier word ik vertroeteld. Men snapt er niets van dat ik alleen ben, maar ik leg de situatie uit en alle hulp wordt mij toegezegd. Er heerst duidelijk angst dat de oorlog zich wel eens uitbreiden kan naar Macedonië. Hun credo luidt: “Beter schamel leven zonder oorlog”, want de onzekerheden zijn groot, zo merk ik. Ohrid bestaat grotendeels van het toerisme en nu blijven de buitenlanders weg. Ze vragen of ik verwacht dat ze terug zullen komen. Ik weet het niet en ook niet, of deze oorlog snel afgelopen zal zijn.

wp143cba70

De receptie belt naar Gospodin Timotei, bisschop van de Orthodoxe kerk te Ohrid om een afspraak te maken.
Hij wil het liefst dat ik meteen kom. Dan ontdek ik dat de bussen, wegens gebrek aan brandstof, niet meer regulier rijden. Een taxi dan maar en voor 10 DM rijdt deze mij naar het historische centrum van de stad. De chauffeur heeft geen idee wie Timotei mag zijn en zet mij af.

Bij iemand die ik ken ga ik bellen naar Timotei, die meteen een auto met chauffeur naar mij toe stuurt. Via eeuwenoude kronkelweggetjes bereik ik zijn huis, dat staat naast het Panthelejmon, de oudste universiteit van Macedonië. Duizend jaar geleden onderwees Kliment hier zijn leerlingen en ontwierp Kiril het Cyrillische. Timotei twijfelt aan de hulp van Caritas. Volgens hem zal een R.K organisatie nooit  orthodoxe mensen gaan helpen. Hij trekt bij, als ik hem vertel dat Caritas iedereen helpt, ook de heidenen in Afrika. Hij ontdooit en vertelt dat de Orthodoxe Kerk in wezen rijk is, maar dat alle bezittingen nog steeds in het bezit van de staat zijn. Als de kerk haar land zou kunnen exploiteren, zou er geld komen en kon men de bevolking gaan helpen.
Nu is de democratie wel uitgeroepen,maar de weg is nog lang…..

Er heerst veel nood, zegt hij , maar wie er hulp nodig heeft? Dat weet een parochiepriester beter. Voor velen is het kopen van dagelijks brood al een probleem. Doordat deviezen ontbreken is de situatie voor de komende winter zeer zorgelijk, want naast het ontbreken van medicijnen is  er ook geen brandstof.. Hij belooft mij een brief te schrijven en nadat hij mij heeft gezegend, vertrek ik en brengt zijn chauffeur mij weer naar mijn veilige haven in het hotel. Ik blijf geen moment alleen. Het ene personeelslid na het ander komt bij me zitten en iedereen vertelt zijn verhaal. Zelfs een receptionist stuurt zijn zus naar mij toe, die arts van een ambulanta is, een soort medische hulppost.. Aan alles is hier gebrek en de zorgen beginnen op mij te drukken.

Die avond breng ik een bezoek aan huis bij de directeur van het ziekenhuis. Gelukkig heeft hij voor een tolk gezorgd en zo kan tenminste een nuttig gesprek gevoerd worden. Hij vraagt om  – als er hulp geboden kan worden- de goederen alstublieft. aan het ziekenhuis te adresseren, want in de hoofdstad Skopje krijgen ze altijd alles, terwijl Ohrid het met de restjes moet doen. Ik noteer de vragen en de directeur belooft mij een  gedetailleerde lijst met verlangens te sturen. Middenin de nacht kom ik op mijn bloedhete kamer terug. Er valt veel te overdenken en ik besluit om op het balkon afkoeling te gaan zoeken voordat ik mij ter ruste begeef. Dit blijkt een vergissing, want een vrouw alleen is teveel voor mijn buurman, die besluit om naar mijn balkon over te klimmen, waarna ik geschrokken bel naar de receptie, die hem eraf jaagt.

De volgende dag kan ik afspraken met Skopje maken en  een auto met chauffeur regelen. De handige taximan weet voor 200 Mark benzine op de zwarte markt te kopen en zo lukt het eindelijk om toch nog te gaan doen waarvoor ik gekomen ben. Een afspraak maken  met de Metropoliet in Skopje kost hoofdbrekens, want de telefoon weigert regelmatig dienst.

wp509fbd9aIn Skopje is het boven de 40° C en drijfnat van het zweet kom ik aan bij Gospodin Michael, het eerbiedwaardige hoofd van de Orthodoxe kerk. Hij vertelt, dat zijn gebed verhoord is: God heeft zijn engel (dat ben ik) gezonden om te komen helpen en ik leg uit, dat ik maar een gewoon mens ben, met een opdracht. Michael is al 83, maar oogt jeugdig met zijn twinkelende ondeugende ogen. Hij belooft om zijn problemen op schrift te stellen en vraagt hoe deze brief mij ter hand gesteld kan worden. Ik laat een foto van mij achter en de afspraak is, dat zijn parochiepriester mij zal herkennen als we elkaar zullen ontmoeten op het vliegveld van Skopje. Hij zegent mij en kust me op het voorhoofd als ik vertrek, waarna de chauffeur mij naar de Kanselarij van de Aartsbisschop van de R. K. Kerk brengt. Hier word ik ontvangen door de aartsbisschop en zijn prelaat, Mons. Antun Cirimotic. 

De aartsbisschop van Skopje(l.) en Mons. Cirimotic (r.)

De aartsbisschop van Skopje(l.) en Mons. Cirimotic (r.)

We bespreken de vele noden. De prelaat vertelt dat hij Caritas Macedonië heeft opgestart en dat hij daarbij grote tegenstand ondervindt. In de communistische tijd, die nog maar zo kort achter hen ligt, zorgde de staat voor de mensen en wat kan zo’n man van de R.K. kerk nu voor de bevolking betekenen? Mons Cirimotic is blij met mijn komst, vooral doordat Caritas Neerlandica mij gestuurd heeft. Hij belooft ook een brief op te stellen. Deze zal hij, na overleg met de Metropoliet mij doen toekomen. Ik ben blij dat het eind van deze trip in zicht komt, want allerlei mensen belagen mij met vragen om hulp, die ik toch niet kan honoreren.

Met een bezwaard hart neem ik die woensdag afscheid van iedereen en word ik door de chauffeur van het Gradska Bolnica naar het vliegveld van Skopje gebracht. Daar zie ik van verre al een zwartgeklede priester staan, die opvallend met een foto zwaait. Hij kent mensen van de douane en in no time ben ik ingecheckt en gaan we samen koffie drinken, terwijl hij mij de beloofde brieven overhandigt.

Thuisgekomen concluderen Jan en ik dat we op officiële wijze  moeten gaan werken en zo komt de voorbereiding op gang om een stichting op te starten.