Hoe het allemaal is begonnen.

Onze liefde voor Macedonië stamt uit de jaren 80. In die tijd zijn mijn ouders daar een keertje op vakantie geweest, na het lezen van “De Bruiloft der zeven zigeuners” van A. den Doolaard. Mijn vader raadt ons daarna aan dit ook eens te gaan doen, voor de verandering. Dus boeken wij in 1984 een vakantie naar Ohrid en zijn meteen “verkocht”. Behalve het mooie stadje , dat onder bescherming van de UNESCO staat, het prachtige meer dat elke dag weer anders lijkt, zijn wij vooral onder indruk van de bevolking.

wp0409a3a3

Vissers op het strand in Ohrid

Al rondwandelend krijgen wij bloemen aangeboden, mensen vragen ons zomaar binnen om een kopje Turkse koffie te komen drinken, gevolgd door een glas zelfgemaakte wijn of rakija. Deze gastvrijheid, gecombineerd met de rust die de bevolking uitstraalt, leidt ertoe dat wij zeker 7 jaren lang onze zomervakantie in Ohrid doorbrengen. Ook zijn we allebei daar een keer behandeld in het ziekenhuis en hieraan bewaren wij eveneens warme herinneringen.

Als je 4 weken per jaar op een camping in Macedonië verblijft, ontwikkelen zich vriendschappen, zowel met de plaatselijke bevolking als met andere Nederlandse vakantiegangers. Wij worden lid van de vereniging “Vrienden van Joegoslavië”, die kindertehuizen in dat land steunt. Wanneer in 1991 de oorlog in Kroatië aan de gang is en zich zelfs uitbreidt naar Bosnië, besluiten wij een jaartje over te slaan, want wij gaan ervan uit, dat die oorlog wel snel afgelopen zal zijn. In het vroege voorjaar lezen wij in het blad van de “Vrienden voor Joegoslavië” dat het stadsziekenhuis van Ohrid zonder verbandmiddelen en antibiotica zit. Op de vraag of iemand hieraan kan komen en eventueel. bereid is die zaken naar Ohrid te brengen, is het Jan, die zich aanbiedt. Van Defensie krijgen wij spontaan 12 m3 aan verbandmiddelen en van een autobedrijf in Hoogeveen  kunnen we een grote bestelbus in krijgen, mits deze zonder kogelgaten teruggebracht wordt…!

Een visum is niet nodig en zo rijden wij op 1 mei 1992, via Zwitserland, Italië en Griekenland naar Macedonië.  Bij de Griekse grens maakt de douane het ons erg moeilijk en de dienstdoende beambte attendeert ons erop, dat als wij naar Macedonië willen, wij al gearriveerd zijn.  “En”, zegt hij, “in Ohrid hebben ze jullie hulp helemaal niet nodig”.  Daarna draait hij zich bruusk om en gaat TV kijken.

In die tijd boycot Griekenland onze Nederlandse producten, omdat minister Van de  Broek Macedonië als landsnaam heeft erkend. Dit tot woede van de Grieken, die menen dat zij alleen maar het recht hebben op die naam voor het noordelijk deel van Griekenland.

Nu hebben Jan en ik de afspraak gemaakt, om buiten politiek te blijven, dus laten wij ons niet imponeren, noch tot discussie verleiden en blijven hardnekkig staan wachten. Dit spelletje van : “Waar willen jullie naar toe? “- hopende op de uitspraak onzerzijds : “Naar Ohrid”, waarop hij dan zal vragen: Waar ligt Ohrid” en wij weer: “In Macedonië”, duurt zeker een paar uur, maar ondanks onze vermoeidheid houden wij gelukkig vol, totdat Jan -boos- een rake opmerking plaatst. “Als u mijn vriend bent en mij om hulp vraagt, dan kom ik u toch gewoon helpen”.  Hierop kijkt de man onzeker, rommelt in een la en zet het begeerde stempel. Dan kunnen we Macedonië binnenrijden. We kijken vreemd op als mensen langs de weg ons spontaan toezwaaien en een kruis slaan. Ook vinden we het enorm raar, dat op het eerste traject wij het enige autoverkeer vormen. Later horen  wij, dat Griekenland als straf voor dat eigenwijze Macedonië de grenzen heeft gesloten.

In Ohrid is men blij verrast met onze hulp. Aangezien wij niet weten wat zich in de dozen bevindt, behalve dan dat het verbandmiddelen betreft, staan we een beetje beschaamd te kijken, als na opening merendeels pleisters zichtbaar worden. De dozen worden over 4 ziekenhuizen verdeeld en dan moeten we  constateren  dat we maar weinig gebracht hebben. Maar wanneer we die avond op bezoek zijn bij een vriend in Ohrid, zegt hij dat de directeur van het stadsziekenhuis op de TV heeft verteld, dat een Nederlands echtpaar een massa pleisters heeft gebracht en dat dit een geschenk uit de hemel is. Meteen voelen we ons een stuk beter!

Wat blijkt ons? Macedonië heeft zich eind 1991 afgescheiden van Joegoslavië omdat het niet mee wil doen aan de oorlog tegen hun “broeders”in de andere provincies. Van de ene dag op de andere hebben de Macedonische soldaten het JNA, het Joegoslavische leger, verlaten. Daarna worden alle kazernes ontdaan van wapentuig en ook worden  de banken “geleegd”. Macedonië is ineens een “zelfstandig land” en moet ze zichzelf maar zien te redden. Zonder fabrieken voor medische voorzieningen, zit men vrij snel zonder medische middelen. Dus worden   pleisters en verband uitgewassen  en opnieuw gebruikt, vastgezet met cellotape. Maar nu is ook de cellotape op en krijgen ze zomaar ineens een voorraad pleisters, geweldig!
Deze simpele hulp bezorgt ons het ereburgerschap van Ohrid…